zondag 14 februari 2016

Happy Yellow



Hij staart me aan. De spons staart me aan. Ik kan bijna zijn stemmetje horen. Ik geef hem bijna een naam. Joske. Of Niels. Waarom heeft deze spons een gezichtje? Waarom heeft de fles afwasmiddel een gezichtje? En de insektenverdelger? Zelfs het rattenvergif ziet er schattig uit, dankzij de afbeelding van een  huppelend pastelkleurig knaagdiertje op de verpakking. Van pennenzakken tot zakdoekjes, alle voorwerpen in Japanse supermarkten ogen vertederend, alsof ze thuishoren in een lieve roze tekenfilm. Maar wat als je nu een getatoeëerde zeebonk bent en je moet afwassen met een sponsje dat naar je lacht? En snuit de Japanse keizer zijn neus ook in zakdoekjes met roze Hello Kitty-katjes?

Na een voormiddag winkelen in het centrum van Tokyo, besluiten we iets nieuws te gaan ontdekken: een French Maid Café in Akihabara. Dat zou een themacafé zijn voor jong en oud, waar het personeel is verkleed als Franse dienstmeid.  Even later worden we inderdaad door vijf als dienstmeid opgemaakte meisjes verwelkomd in een felverlichte bar op de zevende verdieping van een flatgebouw. In het midden van de bar staan enkele lange tafels met plastieken zitkrukken, achteraan bevindt zich een podium. Her en der zitten de klanten, zowel gezinnen met kinderen als eenzame zakenmannen in kostuum. Hitsige popmuziek met schelle meisjesstemmen vult de ruimte.

Even bevreemdend als de mengeling van het cliënteel is het uiterlijk van de dienstmeiden. Zo draagt ‘onze’ meid sexy zwarte kniekousen, een kort pofrokje en een kanten hemdje. Anderzijds bengelen er knuffelbeesten aan de riem van haar rokje, heeft ze een gigantische luipaardenstrik in haar haar en beweegt ze als een zesjarig meisje. Ze overhandigt ons een menukaart met daarop de foto’s van alle dienstmeiden uit het café. Wij mogen kiezen welke meid ons moet bedienen. Wij zijn ‘master’ en ‘mistress’.  De meid moet buigingen maken en ons onderhouden met gesprekken, eten en drinken. We kunnen haar zelfs vragen of ze met een lepel voedsel in onze mond stopt.

Onze ice coffee komt met een witte schuimkraag. De meid vraagt welk dier ze erop mag tekenen met chocoladesaus.
“A mouse,” zeggen wij.
Theatraal legt ze haar wijsvinger tegen haar voorhoofd. “Mouse?” vraagt ze met een piepstem. Alsof ze niet weet hoe ze een muis moet tekenen. 
“Rabbit?” proberen we dan maar.
“Ooh rabbit!” Haar gezicht klaart op en ze maakt een vreugdesprongetje. Meteen tekent ze een konijn op het melkschuim. Vervolgens toont ze ons een assortiment rietjes. “Choose your color, please.”
“Yellow,” kiezen wij.
Alweer maakt ze een vreugdesprong en piept ze met een hoge stem. “Hooray! Happy yellow!”

Dan springen de spots op het podium aan en schalt er een mededeling uit de luidsprekers. Drie kleuters klimmen het podium op, vergezeld van een dienstmeid en vrolijke kindermuziek. Ze krijgen een diadeem met konijnenoren op hun hoofd en moeten lachend poseren voor de polaroidfoto. Hun handen een hartje vormend. Daarna is een oudere zakenman aan de beurt. Ook hij gaat gewillig met een dienstmeid op het podium staan, zet konijnenoren op zijn hoofd en maakt met zijn handen een hartje richting camera. Verbijsterd kijken we toe. Is dit nu een kinderfeestje of een kinky feestje? 

Na veel “happy yellow” en “happy drinks” moeten ook wij het podium op. Ik kies pluizige kattenoren. Moet mijn handen in de vorm van een hartje houden. Lachen.

Op de metro staren we naar onze polaroidfoto’s. Versierd met lachende gezichtjes, hartjes en sterretjes. De schelle popmuziek nog nagalmend in de oren. Iets verderop zit een krom oud vrouwtje. Ze draagt een mondmasker. Met Hello Kitty’s erop. In het roze.