Hij
staart me aan. De spons staart me aan. Ik kan bijna zijn stemmetje horen. Ik
geef hem bijna een naam. Joske. Of Niels. Waarom heeft deze spons een
gezichtje? Waarom heeft de fles afwasmiddel een gezichtje? En de
insektenverdelger? Zelfs het rattenvergif ziet er schattig uit, dankzij de
afbeelding van een huppelend
pastelkleurig knaagdiertje op de verpakking. Van pennenzakken tot zakdoekjes,
alle voorwerpen in Japanse supermarkten ogen vertederend, alsof ze thuishoren
in een lieve roze tekenfilm. Maar wat als je nu een getatoeëerde zeebonk bent
en je moet afwassen met een sponsje dat naar je lacht? En snuit de Japanse
keizer zijn neus ook in zakdoekjes met roze Hello Kitty-katjes?
Na een
voormiddag winkelen in het centrum van Tokyo, besluiten we iets nieuws te gaan
ontdekken: een French Maid Café in Akihabara. Dat zou een themacafé zijn voor
jong en oud, waar het personeel is verkleed als Franse dienstmeid. Even later worden we inderdaad door vijf als
dienstmeid opgemaakte meisjes verwelkomd in een felverlichte bar op de zevende
verdieping van een flatgebouw. In het midden van de bar staan enkele lange
tafels met plastieken zitkrukken, achteraan bevindt zich een podium. Her en der
zitten de klanten, zowel gezinnen met kinderen als eenzame zakenmannen in
kostuum. Hitsige popmuziek met schelle meisjesstemmen vult de ruimte.
Even
bevreemdend als de mengeling van het cliënteel is het uiterlijk van de
dienstmeiden. Zo draagt ‘onze’ meid sexy zwarte kniekousen, een kort pofrokje
en een kanten hemdje. Anderzijds bengelen er knuffelbeesten aan de riem van
haar rokje, heeft ze een gigantische luipaardenstrik in haar haar en beweegt ze
als een zesjarig meisje. Ze overhandigt ons een menukaart met daarop de foto’s
van alle dienstmeiden uit het café. Wij mogen kiezen welke meid ons moet
bedienen. Wij zijn ‘master’ en ‘mistress’.
De meid moet buigingen maken en ons onderhouden met gesprekken, eten en
drinken. We kunnen haar zelfs vragen of ze met een lepel voedsel in onze mond
stopt.
Onze ice
coffee komt met een witte schuimkraag. De meid vraagt welk dier ze erop mag
tekenen met chocoladesaus.
“A
mouse,” zeggen wij.
Theatraal
legt ze haar wijsvinger tegen haar voorhoofd. “Mouse?” vraagt ze met een
piepstem. Alsof ze niet weet hoe ze een muis moet tekenen.
“Rabbit?”
proberen we dan maar.
“Ooh
rabbit!” Haar gezicht klaart op en ze maakt een vreugdesprongetje. Meteen
tekent ze een konijn op het melkschuim. Vervolgens toont ze ons een assortiment
rietjes. “Choose your color, please.”
“Yellow,”
kiezen wij.
Alweer
maakt ze een vreugdesprong en piept ze met een hoge stem. “Hooray! Happy
yellow!”
Dan
springen de spots op het podium aan en schalt er een mededeling uit de
luidsprekers. Drie kleuters klimmen het podium op, vergezeld van een dienstmeid
en vrolijke kindermuziek. Ze krijgen een diadeem met konijnenoren op hun hoofd
en moeten lachend poseren voor de polaroidfoto. Hun handen een hartje vormend.
Daarna is een oudere zakenman aan de beurt. Ook hij gaat gewillig met een
dienstmeid op het podium staan, zet konijnenoren op zijn hoofd en maakt met
zijn handen een hartje richting camera. Verbijsterd kijken we toe. Is dit nu
een kinderfeestje of een kinky feestje?
Na veel “happy yellow” en “happy
drinks” moeten ook wij het podium op. Ik kies pluizige kattenoren. Moet mijn
handen in de vorm van een hartje houden. Lachen.
Op de
metro staren we naar onze polaroidfoto’s. Versierd met lachende gezichtjes,
hartjes en sterretjes. De schelle popmuziek nog nagalmend in de oren. Iets
verderop zit een krom oud vrouwtje. Ze draagt een mondmasker. Met Hello
Kitty’s erop. In het roze.